maandag 30 juni 2014

Gevoel

aan de trilogie wordt nog steeds verder geschreven
(een compleet nieuw hoofdstuk moet nog uitgetikt)

maar vandaag wilde plots ook een tweede, nieuw, 
boek het daglicht zien - eentje waarin het heerlijk
toeven is, prettig dicht bij zijn gevoel...


* * *


Hoofdstuk I
Riverside Road, 8



Een briesje speelde met het riet dat aan de rivierzijde stond. Enkele waterplanten staken hun toppen uit boven het laagstaande wateroppervlak… In de modderige bodem zaten een aantal kikkers nieuwsgierig naar de jongen met het vangnet te staren… Floeps! Tsjak! Begerig had het netje zich rond een van hen gesloten! Spring! Plons! De anderen waren al weg!


Tot bij de kikkers was langzaam en geruisloos een jongen geslopen. En hoewel zij hem al lang hadden gezien, was hij er toch in geslaagd een mooie grote te vangen. Triomfantelijk liep hij er mee naar huis. Hij rende met zijn vangst door de velden, de mooie, purperen velden, die aan de rivier en aan zijn huis wat verderop grensden, oppassend dat hij hem niet te hard kneep. Oh, joepie! Hij had er een! Toen hij de velden doorkruist had kwam hij bij een smal, hobbelig bobbelig, kronkelend paadje, dat hij al slenterend volgde, want rennen kon hij niet meer. 


De jongen was negen-en-nog-wat jaar oud, had blond, warrig haar, en sproeten. Zijn handen waren vuil, want hij had voor de kikker een oud aquarium met water gevuld, en er een klein, slijkerig strandje naast gebouwd. Toen had hij onkruid getrokken en het gebruikt als decoratie. Het gelijkt redelijk op zijn oude thuis, vond de jongen, toen hij aan zijn aquarium dacht. Hoewel bij mij het water helderder is, zei hij trots, doch stilletjes, in zichzelf… 


Uiteindelijk kwam hij bij een mooi, klein huisje aan. Er was een hekje, van takken gemaakt en met twee draadjes touw omspannen. Daarbinnen een tuin, met bloemen, een appelboom en enkele kleine veldjes met moesplanten erin. Daar stond een huis dat hoog gehouden werd doormiddel van vier houten palen, een bij elke hoek. Voor de rest bestond het huis uit steen, met vijf ramen in totaal. De jongen liep de tuin door en deed de deur open. “Mama, ik heb er een!” Zijn moeder had net staan afwassen en kwam de woonkamer binnen, met een doek en een bord in de hand. “Ah, echt?” zei ze vriendelijk. “Doe hem maar in je aquarium, straks droogt hij nog uit!” Vlug liet hij de kikker in het koele water glijden. Hij leefde nog. “Hij is mooi, he?” vroeg de jongen. “Ja.” knikte zijn moeder. “Heel mooi!”



Geen opmerkingen:

Een reactie posten